Van je familie moet je het hebben…

Toen mijn opa mijn huidige leeftijd had was hij volgens mij met drie dingen bezig; zijn tomaten, zijn piano en zijn gezin. Het zijn ook de grote thema’s van mijn leven op dit moment. Nu vind ik naast tomaten ook paprika’s reuze interessant, en naast piano speel ik ook graag gitaar, bas en ukulele. Maar mijn opa had dan ook zes kinderen, en ik maar eentje. Dat maakt het toch wat makkelijker voor mij om de eerste twee genoemde passies wat uit te breiden.

Mijn opa en ik keken waarschijnlijk wel heel anders naar tomaten. Hij was een tuinder zie je. Ik een fytopatholoog die de tomaten- en paprika veredeling teams van Enza Zaden ondersteunt. Ik droom van dingen waar hij nachtmerries van kreeg. Een dag is een succes als ik lekker veel zieke planten heb gezien. Daar zou hij heel anders over denken. Er zijn natuurlijk genoeg verschillen, maar ook genoeg gelijkenissen. Zo bestaat 25% van al mijn genetische eigenschappen uit genetische eigenschappen van mijn opa. Maar ben jij als mens wel je genen?

Dit is een oud vraagstuk in de psychologie; wat in menselijk gedrag is natuur en was is cultuur. Ofwel, het ‘nurture versus nature’ vraagstuk. Zo is mijn vader de helft van een eeneiige tweeling. En hoewel hij fysiek sprekend lijkt op mijn oom, zijn het toch twee erg verschillende mensen geworden. Die verschillen kunnen dus vooral verklaard worden door externe factoren. Cultuur. Of ‘nurture’, zo je wilt.

In ons vakgebied is het niet anders. Twee tomaten zaadjes kunnen genetisch 100% identiek zijn, maar toch andere tomaten worden in de handen van andere telers. Waar de veredeling fungeert als ‘nature’, daar fungeert de teler als ‘nurture’. Hoe een tomaat er uiteindelijk uit komt te zien is veelal een combinatie van die twee zaken. Het genen pakket is de blauwdruk die wij verzorgen, en de kennis van tuinders zet die blauwdruk dan naar eigen hand.
Zo zie ik althans onze taak in de groenteveredeling. Een mooie blauwdruk maken. En in mijn geval dus een blauwdruk met mooie resistenties tegen prangende problemen in de tuinbouwsector. En waar halen wij fytopathologen die resistenties dan vandaan? Familieleden.

Solanum lycopersicum, zoals onze tomaat in het latijn heet, heeft een uitgebreide familie. En het zijn vooral de verre achterneefjes van S. lycopersicum die interessant zijn voor nieuwe resistenties. Vele resistentie eigenschappen die nu in gecultiveerde tomaten zitten, komen oorspronkelijk uit verre verwanten zoals Solanum pimpinellifolium en Solanum pennellii. Zo’n S. pennellii is bijvoorbeeld niet te eten, heeft kleine bittere vruchtjes waar je niets mee kan in je salade. Maar dus wel van nature mooie resistenties in zijn blauwdruk.

Dat veredelde zaad met genetica uit verre familieleden komt dan uiteindelijk weer in de kas terecht. De kas van mijn opa. Ik heb het nooit met mijn opa over tomaten gehad. Dat gaat ook niet meer lukken, want hij is al meer dan 15 jaar dood. Maar het had vast een leuk gesprek geweest. Hij was niet spraakzaam. De meeste gesprekken duurde niet langer dan twee minuten. Maar over tomaten, ja, daar zou ik misschien wel vijf minuten met hem over kunnen praten. De uitspraak ‘Van je familie moet je het hebben’ wordt doorgaans cynisch gebruikt. Maar geen cynisme hier. Ik ben hem dankbaar, voor zijn cultuur en natuur.

Mijn geluk.

Van mijn familie heb ik het gehad.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *